Psalms 106:21
Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
They forgat God their saviour, which had done great things in Egypt;
In Context
20En zij veranderden hun Eer in de gedaante van een os, die gras eet.
22Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.
Cross References
Deuteronomy 4:34Of: of God verzocht heeft te gaan, om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen, en door strijd, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen de HEERE, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?
Deuteronomy 7:18Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
Deuteronomy 32:17Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
Judges 8:34En de kinderen Israels dachten niet aan den HEERE, hun God, Die hen gered had van de hand van al hun vijanden van rondom.
Psalms 74:13Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken.
Psalms 78:42Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;