Psalmen 109:2
Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.
3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.
Cross References
2 Samuel 15:3Zo zeide Absalom tot hem: Zie, uw zaken zijn goed en recht; maar gij hebt geen verhoorder van des konings wege.
Psalms 31:13(31:14) Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.
Psalms 52:4(52:6) Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.
Psalms 120:2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
Proverbs 6:17Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten;
Proverbs 15:28Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.