The Bible Software
bible.softwarePsalmenPsalmen 113 › Psalmen 113:3

Psalmen 113:3

Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

From the rising of the sun unto the going down of the same the LORD’S name is to be praised.

In Context

2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.

Read all of Psalmen 113

Cross References

Psalms 18:3(18:4) Ik riep den HEERE aan, die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.

Psalms 50:1Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.

Psalms 72:17Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen.

Isaiah 24:16Van het uiterste einde der aarde horen wij psalmen, tot verheerlijking des Rechtvaardigen. Doch nu zeg ik: Ik word mager, ik word mager, wee mij! de trouwelozen handelen trouwelooslijk, en met trouweloosheid handelen de trouwelozen trouwelooslijk.

Isaiah 49:13Juicht, gij hemelen! en verheug u, gij aarde! en gij bergen! maakt gedreun met gejuich; want de HEERE heeft Zijn volk vertroost, en Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.

Habakkuk 2:14Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)聖經 (中文)성경 (한국어)الكتاب المقدس (العربية)बाइबल (हिन्दी)Biblia (Kiswahili)Bibbia Diodati (Italiano)Alkitab (Bahasa Indonesia)Kinh Thánh (Tiếng Việt)

Study Psalmen 113:3

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 113:2Psalmen 113Psalmen 113:4 →