Psalmen 135:7
Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
6Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.
8Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.
Cross References
Genesis 2:6Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem.
1 Kings 18:41Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.
Job 28:25Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate;
Job 38:22Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien?
Psalms 78:26Hij dreef den oostenwind voort in den hemel, en voerde den zuidenwind aan door Zijn sterkte;
Psalms 148:8Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!