Psalms 139:21
Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
20Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.
22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Cross References
Psalms 15:4In wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die den HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet;
Psalms 31:6(31:7) Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.
Psalms 119:158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
Mark 3:5En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.
Romans 9:1Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),
Revelation 2:6Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaieten haat, welke Ik ook haat.