Psalmen 147:17
Hij werpt Zijn ijs heen als stukken; wie zou bestaan voor Zijn koude?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
He casteth forth his ice like morsels: who can stand before his cold?
In Context
16Hij geeft sneeuw als wol; Hij strooit den rijm als as.
18Hij zendt Zijn woord, en doet ze smelten; Hij doet Zijn wind waaien, de wateren vloeien henen.
Cross References
Exodus 9:23Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.
Job 37:9Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.
Job 38:22Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien?
Psalms 78:47Hij doodde hun wijnstok door den hagel, en hun wilde vijgebomen door vurigen hagelsteen.