Psalmen 18:40
(18:41) En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Thou hast also given me the necks of mine enemies; that I might destroy them that hate me.
In Context
41(18:42) Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.
Cross References
Psalms 21:12(21:13) Want Gij zult hen zetten tot een wit; met Uw pezen zult Gij het op hun aangezicht toeleggen.