Psalmen 22:13
(22:14) Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
They gaped upon me with their mouths, as a ravening and a roaring lion.
In Context
12(22:13) Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.
Cross References
Psalms 7:2(7:3) Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.
Psalms 22:7(22:8) Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:
Psalms 35:17HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.
Lamentations 2:16Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, dien wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien.
Ezekiel 22:27Haar vorsten zijn in het midden van haar als wolven, die een roof roven, om bloed te vergieten, en om zielen te verderven; opdat zij gierigheid zouden plegen.
Matthew 26:59En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.