Psalmen 26:8
HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
LORD, I have loved the habitation of thy house, and the place where thine honour dwelleth.
In Context
7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.
9Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;
Cross References
Exodus 25:21En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
2 Samuel 15:25Toen zeide de koning tot Zadok: Breng de ark Gods weder in de stad; indien ik genade zal vinden in des HEEREN ogen, zo zal Hij mij wederhalen, en zal ze mij laten zien, mitsgaders Zijn woning.
2 Chronicles 5:14En de priesters konden, vanwege die wolk, niet staan, om te dienen; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis Gods vervuld.
2 Chronicles 7:2En de priesters konden niet ingaan in het huis des HEEREN; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld.
Psalms 42:4(42:5) Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.
Psalms 84:1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach. (84:2) Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!