Psalmen 33:2
Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Praise the LORD with harp: sing unto him with the psaltery and an instrument of ten strings.
In Context
1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.
Cross References
2 Samuel 6:5En David en het ganse huis Israels speelden voor het aangezicht des HEEREN, met allerlei snarenspel van dennenhout, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, ook met schellen, en met cimbalen.
1 Chronicles 15:28Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.
1 Chronicles 25:6Dezen waren altemaal aan de handen huns vaders gesteld tot het gezang van het huis des HEEREN, op cimbalen, luiten, en harpen, tot den dienst van het huis Gods, aan de handen van den koning, van Asaf, Jeduthun, en van Heman.
Psalms 81:2(81:3) Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.
Psalms 92:3(92:4) Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
Psalms 98:4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.