Psalmen 49:7
(49:8) Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
None of them can by any means redeem his brother, nor give to God a ransom for him:
In Context
6(49:7) Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;
8(49:9) (Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);
Cross References
Proverbs 18:11Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.
Hosea 12:9(12:10) Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;
Matthew 20:28Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.
Mark 8:37Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?
1 Peter 1:18Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is;