Psalmen 57:4
(57:5) Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
5(57:6) Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
Cross References
Job 41:14(41:5) Wie zou de deuren zijns aangezichts opendoen? Rondom zijn tanden is verschrikking.
Psalms 17:12Hij is gelijk als een leeuw, die begeert te roven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgen plaatsen.
Psalms 35:17HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.
Psalms 52:2(52:4) Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.
Psalms 58:6(58:7) O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!
Psalms 64:3(64:4) Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;