Psalmen 59:7
(59:8) Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Behold, they belch out with their mouth: swords are in their lips: for who, say they, doth hear?
In Context
6(59:7) Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.
8(59:9) Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten.
Cross References
Job 22:12Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.
Psalms 10:13Waarom lastert de goddeloze God? zegt in zijn hart: Gij zult het niet zoeken?
Psalms 57:4(57:5) Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
Psalms 73:11Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste?
Psalms 94:7En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.
Proverbs 12:18Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.