Psalmen 66:13
Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
I will go into thy house with burnt offerings: I will pay thee my vows,
In Context
14Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.
Cross References
Deuteronomy 12:11Dan zal er een plaats zijn, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen; daarheen zult gij brengen alles, wat ik u gebiede: uw brandofferen, en uw slachtofferen, uw tienden, en het hefoffer uwer hand, en alle keur uwer geloften, die gij den HEERE beloven zult.
Deuteronomy 23:23Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt.
Judges 11:35En het geschiedde, als hij haar zag, zo verscheurde hij zijn klederen, en zeide: Ach, mijn dochter! gij hebt mij ganselijk nedergebogen, en gij zijt onder degenen, die mij beroeren; want ik heb mijn mond opengedaan tot den HEERE, en ik zal niet kunnen teruggaan.
Psalms 22:25(22:26) Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.
Psalms 56:12(56:13) O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden;
Psalms 100:4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.