Psalmen 68:1
Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester. (68:2) God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Let God arise, let his enemies be scattered: let them also that hate him flee before him.
In Context
Cross References
Exodus 20:5Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
Deuteronomy 7:10En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
Psalms 7:6(7:7) Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen.
Psalms 44:26(44:27) Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil.
Psalms 68:14(68:15) Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.
Psalms 78:65Toen ontwaakte de Heere, als een slapende, als een held, die juicht van den wijn.