Psalmen 69:25
(69:26) Hun paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Let their habitation be desolate; and let none dwell in their tents.
In Context
24(69:25) Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns grijpe hen aan.
26(69:27) Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden.
Cross References
1 Kings 9:8En aangaande dit huis, dat verheven zal geweest zijn, al wie voor hetzelve zal voorbijgaan, zal zich ontzetten en fluiten; men zal zeggen: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan dit land en aan dit huis?
Isaiah 6:11Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde.
Matthew 23:38Ziet, uw huis wordt u woest gelaten.
Luke 13:35Ziet, uw huis wordt ulieden woest gelaten. En voorwaar, Ik zeg u, dat gij Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn, als gij zult zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!