Psalmen 69:7
(69:8) Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
Because for thy sake I have borne reproach; shame hath covered my face.
In Context
8(69:9) Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
Cross References
Psalms 22:6(22:7) Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.
Psalms 44:22(44:23) Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.
Isaiah 53:3Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Matthew 26:67Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. (26:68) En anderen gaven Hem kinnebakslagen,
Matthew 27:38Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker zijde.
Luke 23:35En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen beschimpten Hem, zeggende: Anderen heeft Hij verlost, dat Hij nu Zichzelven verlosse, zo Hij is de Christus, de Uitverkorene Gods.