Psalmen 69:9
(69:10) Want de ijver van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden dergenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
8(69:9) Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
10(69:11) En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.
Cross References
1 Chronicles 15:27David nu was gekleed met een mantel van fijn linnen; ook al de Levieten, die de ark droegen, en de zangers, en Chenanja, de overste van het opheffen der zangers; ook had David een lijfrok aan van linnen.
Job 19:13Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.
Psalms 89:41(89:42) Allen, die den weg voorbijgingen, hebben hem beroofd; zijn naburen is hij tot een smaad geweest.
Psalms 119:139Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.
John 2:14En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende.