Psalmen 8:3
(8:4) Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
4(8:5) Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?
Cross References
Genesis 1:1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Exodus 8:19Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger! Doch Farao's hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.
Deuteronomy 4:19Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE, uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
Job 25:3Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?
Job 36:24Gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, hetwelk de lieden aanschouwen.
Psalms 33:6Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.