Titus 1:4
(1:3) aan Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof: (1:4) Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
In Context
Cross References
Luke 2:11Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.
Romans 1:7Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2 Corinthians 2:13(2:12) zo heb ik geen rust gehad voor mijn geest, omdat ik Titus, mijn broeder, niet vond; (2:13) Maar, afscheid van hen genomen hebbende, vertrok ik naar Macedonie.
2 Corinthians 7:6Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
2 Corinthians 8:6Alzo dat wij Titus vermaanden, dat, gelijk hij te voren begonnen had, hij ook alzo nog deze gave bij u voleinden zou.
2 Corinthians 8:23Hetzij dan Titus, hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; hetzij onze broeders, zij zijn afgezanten der Gemeenten, en een eer van Christus.