1 Kronieken 1:34
Abraham was de vader van Isaäk. De zonen van Isaäk waren Esau en Israël.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Abraham begat Isaac. The sons of Isaac; Esau and Israel.
In Context
35De zonen van Esau waren: Elifáz, Reoeël, Jeoesj, Jalam en Kórach.
Cross References
Genesis 25:19Dit is de geslachtslijst van Isaäk, den zoon van Abraham. Abraham verwekte Isaäk.
Genesis 25:25De eerste, die te voorschijn kwam, was rossig en helemaal als in een pels gewikkeld; men noemde hem Esau.
Genesis 32:29Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam! Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam. Toen gaf hij hem daar zijn zegen.
Malachi 1:2Ik heb u lief, spreekt Jahweh! Gij zegt: Waaruit blijkt dan uw liefde tot ons? Was Esau niet de broer van Jakob, is de godsspraak van Jahweh; toch heb Ik Jakob liefgehad,
Luke 3:34zoon van Jakob, zoon van Isaäk, zoon van Abraham, zoon van Tara, zoon van Nachor,
Romans 9:10Maar dit staat niet alleen. Ook Rebekka werd bevrucht door één man, Isaäk, onzen Vader.