bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 12 › 1 Kronieken 12:3
1 Kronieken 12:3
Achiézer, de aanvoerder, en Joasj, zonen van Sjemaä uit Giba; Jeziël en Pélet, zonen van Azmáwet; Beraka en Jehoe uit Anatot;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The chief was Ahiezer, then Joash, the sons of Shemaah the Gibeathite; and Jeziel, and Pelet, the sons of Azmaveth; and Berachah, and Jehu the Antothite,
In Context
2Het waren geoefende boogschutters; ze konden zowel met de rechter- als met de linkerhand stenen slingeren en pijlen afschieten. Van de stam Benjamin behoorden de volgende stamgenoten van Saul er toe:
4Jisjmaja uit Gibon, een van de heldhaftigsten onder de Dertig; Jirmeja, Jachaziël, Jochanan en Jozabad uit Gedera;
Read all of 1 Kronieken 12
Cross References
2 Samuel 21:6van dien man moet men ons zeven nakomelingen uitleveren! We willen ze ophangen voor Jahweh in Gibon, op de berg van Jahweh. De koning beloofde: Ik zal ze geven.
1 Chronicles 11:28Ira, de zoon van Ikkesj uit Tekóa; Abiézer uit Anatot;
This Verse In Other Editions
Study 1 Kronieken 12:3