The Bible Software
bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 12 › 1 Kronieken 12:8

1 Kronieken 12:8

van de stam Gad liepen naar David in de woestijn geoefende strijders over: dappere mannen, gewapend met schild en lans, met koppen als leeuwen en zo snel als gazellen op de bergen. Het waren:

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And of the Gadites there separated themselves unto David into the hold to the wilderness men of might, and men of war fit for the battle, that could handle shield and buckler, whose faces were like the faces of lions, and were as swift as the roes upon the mountains;

In Context

7joëla en Zebadja, zonen van Jerocham uit Gedor.

9ézer, de aanvoerder; Obadja, de tweede; Eliab, de derde;

Read all of 1 Kronieken 12

Cross References

1 Samuel 23:29Vandaar week David uit naar de spelonken van En-Gédi.

2 Samuel 1:23Saul en Jonatan waren bemind en geliefd, In leven en dood niet gescheiden! Ze waren sneller dan adelaars, Sterker dan leeuwen.

2 Samuel 17:10En al is men dan nog zo dapper, en heeft men het hart van een leeuw, dan zal men toch zeker de moed verliezen. Want heel Israël weet, dat uw vader een held is, en zijn medestrijders dappere mannen.

1 Chronicles 11:16David bevond zich toen in de bergvesting, en de Filistijnen hadden Betlehem bezet.

1 Chronicles 12:16En toen er nog anderen uit de stammen Benjamin en Juda bij David in de burcht kwamen,

Proverbs 6:5Ruk u los als een gazelle uit de strik, Als een vogel uit de hand van den vogelaar.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study 1 Kronieken 12:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 1 Kronieken 12:71 Kronieken 121 Kronieken 12:9 →