1 Kronieken 15:18
Verder hun ambtgenoten van de tweede rang: de poortwachters Zekarjáhoe, Jaäziël, Sjemiramot, Jechiël, Oenni, Eliab, Benajáhoe, Maäsejáhoe, Mattitjáhoe, Elifeléhoe, Miknejáhoe, Obed-Edom en Jeïël.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
19Bovendien de zangers Heman, Asaf en Etan met koperen cymbalen voor de feestmuziek;
Cross References
2 Samuel 6:10En hij wilde de ark niet bij zich opnemen in de Davidstad, maar gaf haar een onderdak in het huis van Obed-Edom, den Gatiet.
1 Chronicles 16:5Het waren Asaf, het hoofd, en zijn plaatsvervanger Zekarja; verder Jeïël, Sjemiramot, Jechiël, Mattitja, Eliab, Benajáhoe, Obed-Edom en Jeïël. Dezen moesten met harpen en citers, Asaf met cymbalen,
1 Chronicles 16:38den zoon van Jedoetoen, en Chosa, met acht en zestig stamgenoten.
1 Chronicles 25:2De groep van Asaf: Zakkoer, Josef, Netanja, Asjaréla; het waren de zonen van Asaf, die onder leiding van Asaf de door den koning voorgeschreven muziek vol begeestering moesten uitvoeren.
1 Chronicles 26:4De zonen van Obed-Edom waren Sjemaja, de oudste; Jehozabad, de tweede; Joach, de derde; Sakar, de vierde; Netanel, de vijfde;
1 Chronicles 26:15Obed-Edom lootte het zuiden, zijn zonen het magazijn.