1 Kronieken 2:1
Hier volgen de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zabulon,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
These are the sons of Israel; Reuben, Simeon, Levi, and Judah, Issachar, and Zebulun,
In Context
2Dan, Josef, Benjamin, Neftali, Gad en Aser.
Cross References
Genesis 29:32Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij noemde hem Ruben, want ze zeide: Jahweh heeft mijn ellende gezien; nu zal mijn man van mij houden.
Genesis 32:28Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald.
Genesis 35:22Terwijl Israël in deze streek vertoefde, hield Ruben gemeenschap met Bilha, de bijvrouw van zijn vader. Toen Israël het vernam, was hij er hoogst verontwaardigd over. De zonen van Jakob waren twaalf in getal.
Genesis 49:2Komt bijeen en luistert, zonen van Jakob; Hoort naar Israël, uw vader!
Exodus 1:2Ruben, Simeon, Levi en Juda,
Numbers 13:4en dit zijn hun namen: Uit de stam Ruben Sjammóea, de zoon van Zakkoer;