1 Kronieken 29:14
Want wie ben ik zelf, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn, zoveel gaven te offeren? Neen, van U komt dit alles, en wij offeren U slechts wat uit uw hand is gekomen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13Daarom prijzen wij U, onzen God, en loven uw heerlijke Naam.
Cross References
Genesis 32:10Ik ben alle weldaden en goedheid niet waardig, die Gij uw dienaar hebt willen bewijzen; want alleen met mijn stok trok ik over deze Jordaan, en nu bezit ik twee legerscharen.
Deuteronomy 16:10Dan moet ge het feest der weken voor Jahweh, uw God, vieren, en naar uw vermogen, en naar gelang Jahweh, uw God, u heeft gezegend, een vrijwillige gave schenken.
2 Samuel 7:18ging koning David heen, zette zich voor Jahweh neer en sprak: Wie ben ik, Heer Jahweh, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt gebracht!
1 Chronicles 29:9Het volk verheugde zich over hun vrijgevigheid, en over hun bereidwillige gave aan Jahweh; ook koning David was uitermate verheugd.
2 Chronicles 2:5De tempel, die ik wil bouwen, moet groots zijn; want onze God is de grootste van alle goden.
Psalms 115:1Niet ons, o Jahweh, niet ons, Maar uw Naam geef eer om uw goedheid en trouw!