1 Kronieken 4:1
De zonen van Juda waren: Fáres, Chesron, Karmi, Choer en Sjobal.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The sons of Judah; Pharez, Hezron, and Carmi, and Hur, and Shobal.
In Context
Cross References
Genesis 38:29Maar hij trok zijn handje terug, en toen kwam zijn broertje te voorschijn. Nu sprak ze: Wat voor een bres hebt gij u gemaakt! En zij noemde hem Fares.
Numbers 26:19De zonen van Juda waren: Er en Onan. Er en Onan waren in het land Kanaän gestorven.
Ruth 4:18Dit is de geslachtslijst van Fáres. Fáres was de vader van Esron,
1 Chronicles 2:4Zijn schoondochter Tamar schonk hem Fáres en Zara. Juda had dus in het geheel vijf kinderen.
1 Chronicles 2:7De zoon van Zimri was Karmi; de zoon van Karmi was Akar, die Israël in het verderf stortte, omdat hij zich aan de ban vergreep.
1 Chronicles 2:18Kaleb, de zoon van Chesron, kreeg van zijn vrouw Azoeba een dochter, Jeriot genaamd; haar zonen waren: Jésjer, Sjobab en Ardon.