bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 4 › 1 Kronieken 4:19
1 Kronieken 4:19
De kinderen van de vrouw van Hodi-ja, de zuster van Nácham, waren: de stamvader van Keïla uit Gérem, en Esjtemóa uit Maäka.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the sons of his wife Hodiah the sister of Naham, the father of Keilah the Garmite, and Eshtemoa the Maachathite.
In Context
18Zijn joodse vrouw schonk hem Jéred den vader van Gédor, Chéber den vader van Soko, en Jekoetiël den vader van Zanóach.
20De zonen van Sjimon waren: Amnon, Rinna, Ben-Chanan, en Tilon. De zonen van Jisji waren Zochet en de zoon van Zochet.
Read all of 1 Kronieken 4
Cross References
1 Samuel 23:1Op zekere dag bracht men David de tijding: Zie, de Filistijnen belegeren Keïla, en plunderen de dorsvloeren leeg.
This Verse In Other Editions
Study 1 Kronieken 4:19