1 Kronieken 6:24
die van Assir was Táchat; die van Táchat was Oeriël; die van Oeriël was Oezzi-ja; die van Oezzi-ja was Sjaoel.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Tahath his son, Uriel his son, Uzziah his son, and Shaul his son.
In Context
23die van Assir was Elkana; die van Elkana was Ebjasaf; die van Ebjasaf was Assir;
25De zonen van Elkana waren: Amasai, Achimot
Cross References
1 Chronicles 9:15Verder Bakbakkar, Chéresj en Galal. Ook Mattanja, de zoon van Mika, den zoon van Zikri, zoon van Asaf.
1 Chronicles 16:5Het waren Asaf, het hoofd, en zijn plaatsvervanger Zekarja; verder Jeïël, Sjemiramot, Jechiël, Mattitja, Eliab, Benajáhoe, Obed-Edom en Jeïël. Dezen moesten met harpen en citers, Asaf met cymbalen,