1 Kronieken 6:39
Zijn ambtgenoot, die aan zijn rechterhand stond, was een Gersjoniet, namelijk Asaf. Deze was de zoon van Berekjáhoe, den zoon van Sjima,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
38zoon van Jishar, zoon van Kehat, zoon van Levi, zoon van Israël.
40zoon van Mikaël, zoon van Baäseja, zoon van Malki-ja,
Cross References
Joshua 21:9Uit de stammen van de Judeërs en Simeonieten gaven ze de volgende, met name genoemde steden:
1 Chronicles 16:7Die dag liet David voor de eerste maal Asaf en zijn ambtgenoten het “Looft Jahweh” zingen:
1 Chronicles 26:1Wat de groepen der poortwachters betreft: Tot de Korachieten behoorde Mesjelemjáhoe, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf.
2 Chronicles 20:14kwam midden onder het vergaderde volk de geest van Jahweh over Jachaziël, den zoon van Zekarjáhoe, zoon van Benaja, zoon van Jeïël, zoon van Mattanja, een leviet uit het geslacht van Asaf.
2 Chronicles 29:30Nu gaven koning Ezekias en de voormannen aan de levieten bevel, het loflied te zingen ter ere van Jahweh op de woorden van David en van den ziener Asaf. Vol vreugde hieven zij het loflied aan, en bogen zich in aanbidding neer.
Ezra 2:41De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en twintig man.