1 Kronieken 6:47
zoon van Machli, zoon van Moesji, zoon van Merari, zoon van Levi.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The son of Mahli, the son of Mushi, the son of Merari, the son of Levi.
In Context
46zoon van Amsi, zoon van Bani, zoon van Sjémer,
48De levieten, hun ambtgenoten, waren belast met allerlei diensten in de tabernakel van het Godshuis.
Cross References
Numbers 3:20van de zonen van Merari naar hun geslachten: Machli en Moesji. Dit zijn de geslachten der Levieten naar hun families.
Numbers 4:42Alle ingeschrevenen van de Merarietengeslachten naar hun geslachten en families,
Numbers 10:17Dan werd de tabernakel neergehaald, en braken de zonen van Gersjon en Merari op, die de tabernakel moesten dragen.
Joshua 21:27De Gersjonieten, een ander geslacht der Levieten, kregen uit de halve stam van Manasse: Golan, de vrijstad voor den moordenaar in Basjan, met Beësjtera en hun weidegronden; twee steden.
1 Chronicles 6:56Het akkerland van die stad en haar dorpen had men reeds aan Kaleb, den zoon van Jefoenne, in eigendom gegeven.
1 Chronicles 23:28Nu konden zij de zonen van Aäron behulpzaam zijn bij de dienst in het huis van Jahweh, door het toezicht op de voorhoven en zalen, het rein houden van alle gewijde voorwerpen, en het verrichten van de andere werkzaamheden die in het huis Gods te doen vielen.