The Bible Software
bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 6 › 1 Kronieken 6:8

1 Kronieken 6:8

Achitoeb verwekte Sadok: Sadok verwekte Achimáas;

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And Ahitub begat Zadok, and Zadok begat Ahimaaz,

In Context

7Merajot verwekte Amarja; Amarja verwekte Achitoeb;

9Achimáas verwekte Azarja; Azarja verwekte Jochanan;

Read all of 1 Kronieken 6

Cross References

2 Samuel 15:27En de koning vervolgde tot Sadok, den priester, en Ebjatar: Keert rustig naar de stad terug, en neemt uw beide kinderen mee, Achimáas, uw zoon, en Jehonatan, den zoon van Ebjatar.

2 Samuel 17:15Nu liet Choesjai aan de priesters Sadok en Ebjatar zeggen: Die en die raad heeft Achitófel aan Absalom en de oudsten van Israël gegeven, en zo en zo heb ik geraden.

2 Samuel 17:20Toen dan ook de dienaren van Absalom bij de vrouw binnen kwamen, en vroegen, waar Achimáas en Jehonatan waren, zeide de vrouw: Die zijn de bergstroom overgestoken! Ze gingen op zoek; maar toen ze niets vonden, keerden ze naar Jerusalem terug.

2 Samuel 18:22Maar Achimáas, de zoon van Sadok, zei nog eens tot Joab: Gebeure wat wil, ik ga achter den Ethiopiër aan! Joab sprak: Waarom zoudt ge zo’n haast maken, mijn jongen; het is heus geen bericht, waar ge voordeel van trekt.

2 Samuel 20:25Sjewa was schrijver, en Sadok en Ebjatar waren priesters.

1 Kings 1:34Daar moeten de priester Sadok en de profeet Natan hem tot koning over Israël zalven. Steekt dan de bazuin en roept: Leve koning Salomon!

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study 1 Kronieken 6:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 1 Kronieken 6:71 Kronieken 61 Kronieken 6:9 →