bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 7 › 1 Kronieken 7:20
1 Kronieken 7:20
De zoon van Efraïm was Sjoetélach. De zoon van Sjoetélach was Béred; die van Béred was Táchat; die van Táchat was Elada; die van Elada was Táchat; die van Táchat was Zabad;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the sons of Ephraim; Shuthelah, and Bered his son, and Tahath his son, and Eladah his son, and Tahath his son,
In Context
19De kinderen van Sjemida heetten Achjan, Sjekem, Likchi en Aniam.
21die van Zabad waren Sjoetélach, Ézer en Elad. Dezen werden door de burgers van Gat, de inheemse bevolking, gedood, toen ze uitgetrokken waren, om hun vee te roven.
Read all of 1 Kronieken 7
This Verse In Other Editions
Study 1 Kronieken 7:20