1 Kronieken 7:28
Hun erfgoed en woonplaatsen waren Betel met bijbehorende plaatsen; verder Naäran in het oosten, en Gézer, Sikem en Ajja in het westen, alle met bijbehorende plaatsen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
27die van Elisjama was Non; die van Non was Jehosjóea.
Cross References
Genesis 28:19Hij noemde die plaats Betel, terwijl de stad vroeger Loez had geheten.
Joshua 16:5Dit was het gebied van de families der Efraïmieten: De oostelijke grens van hun erfdeel was Atrot-Addar tot Hoog Bet-Choron.
Joshua 16:8Van Tappóeach liep de grens westwaarts naar de beek Kana, en eindigde bij de zee. Dit is het erfdeel van de families van de stam der Efraïmieten.
Judges 1:22Het huis van Josef trok op, en wel naar Betel; en Jahweh was met hen.