bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 7 › 1 Kronieken 7:8
1 Kronieken 7:8
De zonen van Béker waren: Zemira, Joasj, Eliézer, Eljoënai, Omri, Jeremot, Abi-ja, Anatot en Alémet; allen zonen van Béker en familiehoofden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the sons of Becher; Zemira, and Joash, and Eliezer, and Elioenai, and Omri, and Jerimoth, and Abiah, and Anathoth, and Alameth. All these are the sons of Becher.
In Context
7De zonen van Bela waren: Esbon, Oezzi, Oezziël, Jerimot en Iri, in het geheel vijf. Ze waren familiehoofden en dappere mannen; twee en twintigduizend vier en dertig stonden er in het stamregister.
9Hun afstammelingen waren dappere mannen; twintigduizend tweehonderd stonden er in het stamregister.
Read all of 1 Kronieken 7
This Verse In Other Editions
Study 1 Kronieken 7:8