bible.software › 1 Kronieken › 1 Kronieken 9 › 1 Kronieken 9:12
1 Kronieken 9:12
Verder nog Adaja, de zoon van Jerocham, den zoon van Pasjchoer, zoon van Malki-ja; en Masai, de zoon van Adiël, den zoon van Jachzéra, zoon van Mesjoellam, zoon van Mesjillemot, zoon van Immer.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Adaiah the son of Jeroham, the son of Pashur, the son of Malchijah, and Maasiai the son of Adiel, the son of Jahzerah, the son of Meshullam, the son of Meshillemith, the son of Immer;
In Context
11Verder Azarja, de zoon van Chilki-ja, den zoon van Mesjoellam, zoon van Sadok, zoon van Merajot, zoon van Achitoeb; deze was de opzichter van het Godshuis.
13Tezamen met hun stamgenoten, die familiehoofden waren. vormden ze een groep van zeventienhonderd zestig mannen, geschikt voor het dienstwerk in het Godshuis.
Read all of 1 Kronieken 9
Cross References
Ezra 2:37de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
Nehemiah 7:40de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
Jeremiah 21:1Het woord, dat door Jahweh tot Jeremias gericht werd, toen koning Sedekias Pasjchoer, den zoon van Malki-ja, en den priester Sefanja, den zoon van Maäseja, naar hem toezond met het verzoek:
This Verse In Other Editions
Study 1 Kronieken 9:12