1 Kronieken 9:31
Mattitja, een van de levieten, de oudste zoon van den Korachiet Sjalloem, was belast met het bakwerk,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
30Enige priesterzonen waren de bereiders van de welriekende zalven.
32terwijl enige Kehatieten, zijn verwanten, elke sabbat voor het toonbrood moesten zorgen.
Cross References
Leviticus 2:7Indien uw spijsoffer in de pot is gekookt, moet het bereid zijn uit meelbloem met olie.
Leviticus 6:21In een pan moet het met olie worden toebereid, ge moet het aangemaakt brengen; daarna moet ge het in stukken breken, en als een welriekend spijsoffer Jahweh aanbieden.
1 Chronicles 9:19Sjalloem, de zoon van Kore, den zoon van Ebjasaf, zoon van Kórach, en zijn verwanten, leden van de familie der Korachieten, deden dienst als drempelwachters van de tent. Want hun voorouders hadden in het kamp van Jahweh de ingang bewaakt;
1 Chronicles 9:26want de vier voornaamste wachters moesten voortdurend op hun post zijn. Deze levieten gingen ook over de cellen en de schatkamers van het Godshuis;