1 Corinthiërs 3:9
Wij zijn Gods medearbeiders; gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For we are labourers together with God: ye are God’s husbandry, ye are God’s building.
In Context
Cross References
Psalms 72:16Dan zal er een overvloed van koren zijn in het land, Het zal wuiven op de toppen der bergen; Zijn aren zullen als de Libanon bloeien, En de halmen als het kruid op het veld.
Psalms 118:22De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden;
Isaiah 27:2Op die dag zal men van de lieflijke wijngaard zingen:
Isaiah 28:28Ook wordt het koren niet aldoor getreden, Niet maar altoos gedorst; Men wentelt het rad van zijn wagen er over, Woelt het los, maar verplettert het niet.
Isaiah 61:3En Sions treurenden op te richten; Om hun een diadeem te schenken In plaats van as, Vreugde-olie voor rouwgewaad, En jubel voor wanhoop; Opdat men ze noeme: Gerechtigheids-eiken, Door Jahweh geplant tot zijn glorie.
Isaiah 61:11Want zoals de aarde haar gewas doet ontluiken, En een tuin zijn zaad doet ontkiemen: Zo zal Jahweh, de Heer, gerechtigheid laten ontspruiten, En glorie voor het oog aller volken.