The Bible Software
bible.software › 1 Corinthiërs › 1 Corinthiërs 4 › 1 Corinthiërs 4:12

1 Corinthiërs 4:12

in handenarbeid putten we ons uit. Worden we gescholden, we zegenen; worden we vervolgd, we verdragen het;

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And labour, working with our own hands: being reviled, we bless; being persecuted, we suffer it:

In Context

11Tot op dit uur lijden we honger, dorst en naaktheid; we worden mishandeld, we zwerven rond;

13worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.

Read all of 1 Corinthiërs 4

Cross References

Matthew 5:44Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden, en bidt voor wie u lasteren en vervolgen;

Luke 23:34En Jesus zeide: Vader, vergeef het hun; want ze weten niet, wat ze doen. En ze verdeelden zijn klederen bij het lot.

Acts 7:60Dan zonk hij op zijn knieën neer, en riep met luider stem: Heer, reken hun deze zonde niet toe. Na deze woorden ontsliep hij. Ook Saul stemde in met die moord.

Acts 20:34Gij weet het zelf, dat deze handen hebben gearbeid voor mijn eigen behoeften en voor mijn gezellen.

Romans 12:20Maar, “als uw vijand honger heeft, geef hem te eten, en als hij dorst heeft, geef hem te drinken; want dan stapelt ge vurige kolen op zijn hoofd.”

1 Thessalonians 2:9Broeders, gij herinnert u toch ons werken en slaven; we hebben u Gods Evangelie verkondigd, zwoegende nacht en dag, om niemand van u tot last te zijn.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Corinthiërs 4:12

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Corinthiërs 4:111 Corinthiërs 41 Corinthiërs 4:13 →