1 Corinthiërs 9:5
Hebben wij geen recht, een zuster, een vrouw mee te nemen, zoals de overige apostelen, de broeders des Heren en Kefas?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Hebben wij dan geen recht, te eten en te drinken?
6Of hebben alleen ik en Bárnabas geen recht, ons van handenarbeid ontslagen te achten?
Cross References
Song of Solomon 4:12Een gegrendelde hof is mijn zuster, bruid, Een gesloten wel, Een verzegelde bron:
Matthew 8:14En toen Jesus in het huis van Petrus was gekomen, zag Hij, dat zijn schoonmoeder bedlegerig was en lijdend aan koorts.
Matthew 13:55Is Hij niet de zoon van den timmerman? Heet zijn moeder niet Maria, en zijn broers niet Jakobus, Josef, Simon en Judas?
Mark 6:3Is Hij niet de timmerman, de zoon van Maria, de broer van Jakobus en Josef, Judas en Simon; en leven zijn zusters niet hier onder ons? En ze ergerden zich aan Hem.
Luke 8:20Men boodschapte Hem: Uw moeder en broeders staan buiten en willen U zien.
John 2:12Daarna vertrok Hij naar Kafárnaum; Hij zelf met zijn moeder en broeders en zijn leerlingen; en zij bleven daar enkele dagen.