1 Koningen 11:39
en daartoe het geslacht van David vernederen, maar niet voor altijd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And I will for this afflict the seed of David, but not for ever.
In Context
Cross References
1 Kings 11:36Eén stam echter geef Ik aan zijn zoon, opdat mijn dienaar David altijd een licht voor mijn aanschijn zal hebben te Jerusalem, de stad, die Ik Mij heb uitverkoren, om er mijn Naam te doen wonen.
1 Kings 14:8heb Ik het koninkrijk aan het huis van David ontnomen en het aan u gegeven. Maar gij zijt niet geweest als mijn dienaar David, die mijn geboden onderhield, Mij van ganser harte diende, en enkel deed wat goed was in mijn ogen.
Psalms 89:30En mochten zijn zonen mijn wet verzaken, En niet wandelen naar mijn geboden,
Psalms 89:38En nu hebt Gij toch uw Gezalfde versmaad en verstoten, Tegen hem uw gramschap ontstoken;
Isaiah 7:14Daarom geeft de Heer zelf u een teken: Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; zij zal hem noemen: “God-met-ons”.
Isaiah 11:1Dan zal een twijg aan de stronk van Jesse ontspruiten, Een scheut uit zijn wortel ontkiemen.