1 Koningen 20:7
Toen riep de koning van Israël al de oudsten bijeen en sprak: Thans ziet gij duidelijk, dat hij ons kwaad wil; want nu stuurt hij om mijn vrouwen en kinderen, terwijl ik hem toch mijn zilver en goud niet geweigerd heb.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8Al de oudsten en heel het volk antwoordden hem: Ga niet op het voorstel in en geef niet toe.
Cross References
2 Kings 5:7Zodra de koning van Israël de brief had gelezen, scheurde hij zijn klederen en sprak: Ben ik dan een God, die kan doden en levend maken, dat hij een man naar mij toe stuurt, om hem van zijn melaatsheid te genezen? Ziet ge nu wel, dat hij een voorwendsel tegen me zoekt?
1 Chronicles 28:1David riep de voornaamste Israëlieten in Jerusalem bijeen, namelijk de stamhoofden, de hoofden der korpsen, die in dienst des konings stonden, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de opzichters van alle domeinen en kudden des konings, benevens zijn zonen, de hovelingen, het keurkorps en alle aanzienlijken.
Psalms 7:14Ziet, die met valsheid bevrucht is en zwanger van onheil, Baart enkel ontgoocheling;
Psalms 62:3Hoe lang nog stormt gij op een ander los, En stoot hem met u allen omver Als een hellende wand, Of een vallende muur?
Proverbs 6:14Die boze plannen smeedt in zijn hart, Steeds kwaad beraamt en ruzie zoekt!
Proverbs 11:27Wie naar het goede streeft, vindt welbehagen; Wie het kwaad najaagt, hem zal het treffen.