1 Koningen 4:5
Azarjáhoe, de zoon van Natan, was opperlandvoogd; Zaboed, de zoon van Natan, was koninklijk raadsman;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Benajáhoe, de zoon van Jehojada, was legeroverste;
6Achisjar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, was leider van de herendiensten.
Cross References
2 Samuel 5:14Hier volgen de namen van hen, die hem te Jerusalem geboren werden: Sjammóea, Sjobab, Natan en Salomon,
2 Samuel 8:18Benajáhoe, de zoon van Jehojada, ging over de Kretenzen en Peletiërs; de zonen van David waren priesters.
2 Samuel 12:25liet Hij het door den profeet Natan op bevel van Jahweh Jedidja noemen.
2 Samuel 16:16Zodra Choesjai, de Arkiet, de vriend van David, bij Absalom kwam, riep hij Absalom toe: Leve de koning, leve de koning!
2 Samuel 20:26Ook Ira, de Jaïriet, was priester voor David.
1 Kings 4:7Bovendien had Salomon twaalf landvoogden over geheel Israël, die den koning en zijn hof van alles moesten voorzien; één maand in het jaar moest ieder van hen daarvoor zorgen.