1 Samuël 25:39
Toen David vernam, dat Nabal dood was, zeide hij: Gezegend zij Jahweh, die de mij aangedane smaad op Nabal heeft gewroken, zijn dienaar van een misstap weerhield en de fout van Nabal op zijn eigen hoofd heeft doen neerkomen! En David zond boden naar Abigáil, om haar voor zich tot vrouw te vragen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
38En een dag of tien later sloeg Jahweh hem, en Nabal stierf.
Cross References
Judges 5:2Toen men in Israël de haren liet groeien, Jahweh’s volk zich aanbood ten strijd,
1 Samuel 25:26Welnu, mijn heer, zowaar Jahweh leeft: Jahweh heeft niet toegelaten, dat ge u in bloedschuld verwikkelde en u zelf met de vuist recht verschafte. Moge het met Nabal gaan als met al uw vijanden en met allen, die uw ongeluk willen!
1 Samuel 25:34Want zowaar Jahweh leeft, de God van Israël, die mij verhinderd heeft, u kwaad te doen: waart gij mij niet aanstonds tegemoet gekomen, dan was er bij de dageraad geen man van Nabal overgebleven!
2 Samuel 1:16terwijl David tot hem sprak: Uw bloed kome neer op uw eigen hoofd; ge hebt uw eigen oordeel geveld met te zeggen: Ik heb den gezalfde van Jahweh gedood!
2 Samuel 22:47Leve Jahweh! Gezegend mijn Rots; Hoogverheven de God, de Rots van mijn heil!
Esther 7:10Zo werd Haman opgehangen aan de paal, die hij voor Mordokai had opgericht. Toen eerst bedaarde de woede van den koning.