1 Thessalonicenzen 2:14
Broeders, in Christus Jesus immers zijt gij navolgers geworden van de gemeenten Gods in Judea, omdat gij van uw eigen stamgenoten hetzelfde hebt verduurd, als zij van de Joden,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Read all of 1 Thessalonicenzen 2
Cross References
Acts 8:1Nog op diezelfde dag brak er een hevige vervolging tegen de kerk van Jerusalem los; en allen verspreidden zich over het land van Judea en Samaria, behalve de apostelen.
Acts 9:1Intussen ziedde Saul nog altijd van dreigementen en moordlust tegen de leerlingen des Heren. Hij ging naar den hogepriester,
Acts 9:31Nu genoot de kerk vrede in heel Judea, Galilea en Samaria; steeds meer nam ze toe in de vreze des Heren, en breidde zich uit door de inspraak van den Heiligen Geest.
Acts 12:1Omstreeks die tijd legde koning Herodes de hand op enige leden der Kerk, om hen te mishandelen.
Acts 17:13Zodra echter de Joden van Tessalonika vernamen, dat door Paulus ook te Berea het woord Gods werd verkondigd, kwamen ze ook daar het volk ophitsen en in opschudding brengen.
2 Corinthians 8:1Broeders, we stellen u in kennis van de genade Gods, die aan de kerken van Macedónië is geschonken;