1 Thessalonicenzen 2:16
verhinderen ze ons, tot de heidenen te spreken, om hen te redden. Zo maken ze in ieder opzicht de maat hunner zonden vol; dan komt de Toorn over hen ten einde toe.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Read all of 1 Thessalonicenzen 2
Cross References
Genesis 15:16Eerst het vierde geslacht zal hier terugkeren; want eerder is de maat van de misdaden der Amorieten niet vol.
Joel 2:30Ik zal wonderen doen aan de hemel en op aarde: Bloed en vuur, en walm van rook;
Malachi 4:1Want zie, de Dag gaat komen, die brandt als een oven! Al de opstandigen en boosdoeners worden als kaf, en de Dag, die gaat komen, steekt ze in brand, spreekt Jahweh der heirscharen, en laat er wortel noch tak van over.
Matthew 3:7Toen hij echter ook vele farizeën en sadduceën om zijn doopsel zag komen, zei hij hun: Adderenbroed, wie heeft u geleerd, de komende wraak te ontvluchten?
Matthew 12:45Dan gaat hij heen, en neemt zeven andere geesten met zich mee, die bozer zijn dan hijzelf; ze komen binnen, en wonen daar. En het einde van dien man wordt erger nog dan het begin. Zo zal het ook gaan met dit verdorven geslacht.
Matthew 22:6De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden ze.