1 Timotheüs 2:9
Eveneens moeten dan de vrouwen, eerbaar en ingetogen, zich tooien met passende kleding; niet met haarvlechten, goud, paarlen of kostbare kleren,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8Ik verlang dus, dat de mannen bidden overal, en reine handen opheffen zonder toorn en twijfel.
10maar met goede werken, zoals het vrouwen betaamt, die aanspraak maken op godsdienstigheid.
Cross References
Exodus 35:22Zowel mannen als vrouwen brachten geschenken, iedereen, wien het hart het ingaf. Iedereen, die Jahweh een wijgeschenk van goud wilde aanbieden, bracht gespen, oorringen, vingerringen, halsketens en allerlei andere gouden sieraden.
Esther 5:1De derde dag bekleedde Ester zich met een koninklijk gewaad, begaf zich naar de binnenhof van het koninklijk paleis, en bleef tegenover de ingang van de troonzaal staan. Daar zat de koning tegenover de ingang der zaal op zijn koningstroon.
Psalms 149:4Want Jahweh heeft zijn volk begenadigd, De verdrukten met zege gekroond;
Proverbs 31:22Zelf maakt ze haar mantels, Ze gaat in lijnwaad en purper gekleed;
Isaiah 3:18Op die dag neemt Jahweh de sieraden weg: Voetringen, zonnen en maantjes,
Jeremiah 2:32Vergeet een meisje haar opschik, Een bruid soms haar gordel? Maar Mij heeft mijn volk wèl vergeten, Sinds onafzienbare tijden.