The Bible Software
bible.software › 1 Timotheüs › 1 Timotheüs 5 › 1 Timotheüs 5:19

1 Timotheüs 5:19

Tegen een priester moogt ge geen aanklacht aanvaarden, dan onder twee of drie getuigen.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Against an elder receive not an accusation, but before two or three witnesses.

In Context

18De Schrift immers zegt: “Een dorsenden os zult ge niet muilbanden,” en “de werkman is zijn loon waard.”

20Hebben ze gezondigd, straf ze dan in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de overigen worden afgeschrikt.

Read all of 1 Timotheüs 5

Cross References

Deuteronomy 19:15Welke misdaad of welke zonde iemand ook heeft misdreven, één getuige zal tegen hem niet gelden, maar de uitspraak moet op de verklaring van twee of drie getuigen berusten.

Matthew 18:16Luistert hij niet naar u, neem dan nog één of twee personen mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen de zaak haar beslag krijgt.

John 18:29Daarom kwam Pilatus naar buiten, en sprak tot hen: Welke aanklacht brengt gij in tegen dezen man?

Acts 24:2Toen deze vóórgeroepen was, begon Tertullus zijn aanklacht in deze vorm: Dat wij, dank zij u, volkomen vrede genieten, en dat door uw beleid veel verbeteringen voor dit volk tot stand zijn gekomen,

2 Corinthians 13:1Dit is nu de derde maal, dat ik tot u kom. “Op het woord van twee of drie getuigen krijgt iedere zaak haar beslag.”

Hebrews 10:28Verwerpt iemand de Wet van Moses, zonder genade “sterft hij op het woord van twee of drie getuigen;”

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 1 Timotheüs 5:19

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 1 Timotheüs 5:181 Timotheüs 51 Timotheüs 5:20 →