2 Kronieken 29:3
In het eerste jaar van zijn regering, in de eerste maand, opende hij de poorten van de tempel van Jahweh, en bracht ze weer in goede staat.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Hij deed wat recht was in de ogen van Jahweh, juist zoals zijn vader David gedaan had.
4Hij liet de priesters en levieten op het oostplein bijeenkomen,
Cross References
2 Kings 16:14Het bronzen altaar, dat voor Jahweh was blijven staan, tussen het nieuwe altaar en de tempel, liet hij voor het tempelgebouw weghalen en aan de noordkant van het nieuwe altaar plaatsen.
2 Chronicles 29:7Zelfs hebben zij de poorten van de voorhal gesloten, de lichten uitgedoofd, en in het heiligdom geen reuk- of brandoffers opgedragen aan Israëls God.
Psalms 101:3Voor mijn ogen niets dulden Wat slecht is. Uitspatting haat ik, En neem er geen deel aan;
Matthew 6:33Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.