2 Corinthiër 13:7
We bidden dan ook tot God, dat gij geen kwaad moogt doen; niet om zelf proefhoudend te schijnen, maar opdat gij van uw kant het goede zoudt doen, ook al zouden wijzelf de proef niet doorstaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6In ieder geval hoop ik, dat gij zult inzien, dat wij de proef wèl doorstaan.
8Want we hebben geen macht tégen, maar wel vóór de waarheid;
Cross References
Matthew 6:13En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.
Romans 12:17Vergeldt niemand kwaad met kwaad, maar weest goedgezind jegens alle mensen;
Romans 16:10Groet Apelles, die in Christus getrouw is gebleken. Groet hen, die tot het huis van Aristobulus behoren.
1 Corinthians 11:19Want het is nodig, dat er scheuringen onder u zijn, wil het blijken, wie onder u standvastig is.
2 Corinthians 6:8In eer en in schande, In kwade en goede faam. Als bedriegers, toch zijn we oprecht;
2 Corinthians 10:10Want, zo heet het: de brieven zijn gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijk optreden is zwak, zijn spreken onbeduidend.